Wee, zwaard van de HEERE, hoelang hebt u geen rust? Keer terug in uw schede, kom tot rust, wees stil. (Jeremia 47:6)


Wee, zwaard van de HEERE, hoelang hebt u geen rust? Keer terug in uw schede, kom tot rust, wees stil. (Jeremia 47:6)


Dit zijn twee uitroepen. Jeremia smeekt. Hij ziet Gods komende oordeel en hij smeekt voor de volken die Gods toorn zullen ervaren. Hij roept om genade. Dit moet ook ons begrip van gebed vormen.

We weten uit Gods Woord dat Gods oordeel komt over zondaren die van Hem gescheiden zijn, die hun vertrouwen niet op Jezus hebben gesteld. We weten dat het oordeel komt. Dit betekent niet dat we ons daarover verheugen. In plaats daarvan moet het ons dringen tot gebed, om te smeken om Gods genade. We zien door de hele Schrift gebed als voorbede, als smeken namens anderen die genade nodig hebben.

Daarom denken we vandaag weer na over een onbereikte bevolkingsgroep, de Arora in India. Vier miljoen zielen in Centraal- en Noord-India. De meesten van hen zijn hindoe. Er zijn onder hen weinig tot geen volgelingen van Jezus. Het is niet bekend of er volgelingen van Jezus onder hen zijn. En als ik over dit volk lees, zie ik hun strikte werkethiek, hun cultuur van goede werken, hun vertrouwen op eigen prestaties om Gods gunst te verdienen.

Maar als ik Gods Woord lees zie ik dat we nooit genoeg goede werken zouden kunnen doen om de gunst van de enige ware en heilige God te verdienen. Ik weet dat er nu onder de Arora meer dan vier miljoen zielen zijn die in hun zonde gescheiden zijn van God. Ze aanbidden allerlei andere goden die hen niet kunnen redden. Zo wordt ik gedrongen om voor hen te bidden. Ik wil jullie daarin leiden.

Dit zijn twee uitroepen. Jeremia smeekt. Hij ziet Gods komende oordeel en hij smeekt voor de volken die Gods toorn zullen ervaren. Hij roept om genade. Dit moet ook ons begrip van gebed vormen.

We weten uit Gods Woord dat Gods oordeel komt over zondaren die van Hem gescheiden zijn, die hun vertrouwen niet op Jezus hebben gesteld. We weten dat het oordeel komt. Dit betekent niet dat we ons daarover verheugen. In plaats daarvan moet het ons dringen tot gebed, om te smeken om Gods genade. We zien door de hele Schrift gebed als voorbede, als smeken namens anderen die genade nodig hebben.

Daarom denken we vandaag weer na over een onbereikte bevolkingsgroep, de Arora in India. Vier miljoen zielen in Centraal- en Noord-India. De meesten van hen zijn hindoe. Er zijn onder hen weinig tot geen volgelingen van Jezus. Het is niet bekend of er volgelingen van Jezus onder hen zijn. En als ik over dit volk lees, zie ik hun strikte werkethiek, hun cultuur van goede werken, hun vertrouwen op eigen prestaties om Gods gunst te verdienen.

Maar als ik Gods Woord lees zie ik dat we nooit genoeg goede werken zouden kunnen doen om de gunst van de enige ware en heilige God te verdienen. Ik weet dat er nu onder de Arora meer dan vier miljoen zielen zijn die in hun zonde gescheiden zijn van God. Ze aanbidden allerlei andere goden die hen niet kunnen redden. Zo wordt ik gedrongen om voor hen te bidden. Ik wil jullie daarin leiden.

O God, alstublieft, alstublieft, alstublieft, bewijs Uw verlossing onder de Arora. O God, ik zie ze voor mij, vier miljoen zielen. Onder hen zijn mensen die sterven zonder dat ze het Evangelie gehoord hebben. Ze hebben het goede nieuws van Uw genade in Jezus Christus nooit gehoord. Ze hebben hun vertrouwen daarop niet gesteld. Ze zullen eeuwig veroordeeld worden. God, alstublieft, alstublieft, alstublieft, wees genadig. Steek Uw zwaard in Uw schede. Rust en wees stil. Toon Uw genade, o God, we bidden het U, toon Uw genade.

En we vertrouwen erop dat U ons gebed hoort en dat U zult antwoorden. O God, we bidden dat U arbeiders naar dit oogstveld stuurt. Stuur zendelingen naar de Arora. Stuur gelovigen die zich in India op deze bevolkingsgroep richten. O God, we bidden voor de redding van de Arora in India. We bidden dat meer en meer Arora het Evangelie horen, geloven en gered worden van het zwaard van Uw toorn over de zonde.

O God, red hen. We bidden voor de Arora maar ook voor de mensen om ons heen die onder Uw oordeel liggen. Red hen! Verlos hen! We bidden dit en smeken dit voor onze vrienden, familieleden, collega’s en onze buren. Alstublieft, o God, toon Uw genade en leidt ons voortdurend in gebed om voor hen te smeken. En gebruik ons leven dan als een weergave van Uw genade, om Uw genade te verkondigen zodat ze Uw liefde, genade en verlossing zullen leren kennen.

O God, we bidden deze dingen in Jezus’ naam. Amen.

Overgenomen van Radical.net


O God, alstublieft, alstublieft, alstublieft, bewijs Uw verlossing onder de Arora. O God, ik zie ze voor mij, vier miljoen zielen. Onder hen zijn mensen die sterven zonder dat ze het Evangelie gehoord hebben. Ze hebben het goede nieuws van Uw genade in Jezus Christus nooit gehoord. Ze hebben hun vertrouwen daarop niet gesteld. Ze zullen eeuwig veroordeeld worden. God, alstublieft, alstublieft, alstublieft, wees genadig. Steek Uw zwaard in Uw schede. Rust en wees stil. Toon Uw genade, o God, we bidden het U, toon Uw genade.

En we vertrouwen erop dat U ons gebed hoort en dat U zult antwoorden. O God, we bidden dat U arbeiders naar dit oogstveld stuurt. Stuur zendelingen naar de Arora. Stuur gelovigen die zich in India op deze bevolkingsgroep richten. O God, we bidden voor de redding van de Arora in India. We bidden dat meer en meer Arora het Evangelie horen, geloven en gered worden van het zwaard van Uw toorn over de zonde.

O God, red hen. We bidden voor de Arora maar ook voor de mensen om ons heen die onder Uw oordeel liggen. Red hen! Verlos hen! We bidden dit en smeken dit voor onze vrienden, familieleden, collega’s en onze buren. Alstublieft, o God, toon Uw genade en leidt ons voortdurend in gebed om voor hen te smeken. En gebruik ons leven dan als een weergave van Uw genade, om Uw genade te verkondigen zodat ze Uw liefde, genade en verlossing zullen leren kennen.

O God, we bidden deze dingen in Jezus’ naam. Amen.

Overgenomen van Radical.net