Zie, Ik ga het onder u laten kraken, zoals een wagen kraakt, vol graanschoven. (Amos 2:13)

Lees verder Jesaja 53:1—12.


Zie, Ik ga het onder u laten kraken, zoals een wagen kraakt, vol graanschoven. (Amos 2:13)

Lees verder Jesaja 53:1—12.


Kijk Hem, als een kar volgeladen met schoven gaat Hij gebogen door de straten van Jeruzalem. Het is goed dat jullie huilen, dochters van Jeruzalem, ook al verzoekt Hij je om je tranen te drogen. Ze schelden Hem uit als Hij gebogen langsloopt onder Zijn eigen kruis wat het beeld was van jouw en mijn zonden. Ze brachten Hem naar Golgotha. Ze wierpen Hem op Zijn rug en strekten Zijn armen en benen. Het vervloekte ijzer drong door de tederste delen van Zijn lichaam waar de meeste zenuwen samenkomen. Toen zetten ze het kruis overeind.

O bloedende Redder, Uw tijd van lijden is gekomen! Ruw zetten ze het kruis in de grond, de spijkers scheuren door Zijn handen en voeten. Hij hangt in het uiterste want ook God heeft Hem verlaten. Zijn vijanden vervolgen Hem en nemen Hem want er is niemand om Hem te verlossen. Ze spotten om Zijn naaktheid en wijzen op Zijn kwellingen. Ze kijken en staren Hem aan met schunnig gespot. Ze beledigen Zijn lijden en maken woordspelingen op Zijn gebeden. Hij is nu inderdaad een worm en geen man, vernietigt tot je nauwelijks meer zou denken dat Hij God is.

Hij begint koorts te krijgen. Zijn tong verdroogd als een potscherf en Hij roept het uit, “Ik heb dorst!” Zure wijn is alles wat ze Hem geven. De zon stopt met schijnen en de dikke middernachtelijke duisternis op die vreselijke middag is het passende beeld voor de tien keer donkerdere nacht in Zijn ziel. Vanuit die dichte verschrikking roept Hij, “Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?”  Toen kraakte Hij inderdaad onder al dat gewicht!

O, er is geen lijden geweest als dit lijden. Al het menselijke lijden werd verzameld in Zijn hart en alle straffen van menselijke schuld kwamen neer op Zijn lichaam en ziel. O, denk daarom nooit klein van de zonde! Lach nooit om wat Hem deed kreunen!

Kijk Hem, als een kar volgeladen met schoven gaat Hij gebogen door de straten van Jeruzalem. Het is goed dat jullie huilen, dochters van Jeruzalem, ook al verzoekt Hij je om je tranen te drogen. Ze schelden Hem uit als Hij gebogen langsloopt onder Zijn eigen kruis wat het beeld was van jouw en mijn zonden. Ze brachten Hem naar Golgotha. Ze wierpen Hem op Zijn rug en strekten Zijn armen en benen. Het vervloekte ijzer drong door de tederste delen van Zijn lichaam waar de meeste zenuwen samenkomen. Toen zetten ze het kruis overeind.

O bloedende Redder, Uw tijd van lijden is gekomen! Ruw zetten ze het kruis in de grond, de spijkers scheuren door Zijn handen en voeten. Hij hangt in het uiterste want ook God heeft Hem verlaten. Zijn vijanden vervolgen Hem en nemen Hem want er is niemand om Hem te verlossen. Ze spotten om Zijn naaktheid en wijzen op Zijn kwellingen. Ze kijken en staren Hem aan met schunnig gespot. Ze beledigen Zijn lijden en maken woordspelingen op Zijn gebeden. Hij is nu inderdaad een worm en geen man, vernietigt tot je nauwelijks meer zou denken dat Hij God is.

Hij begint koorts te krijgen. Zijn tong verdroogd als een potscherf en Hij roept het uit, “Ik heb dorst!” Zure wijn is alles wat ze Hem geven. De zon stopt met schijnen en de dikke middernachtelijke duisternis op die vreselijke middag is het passende beeld voor de tien keer donkerdere nacht in Zijn ziel. Vanuit die dichte verschrikking roept Hij, “Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?”  Toen kraakte Hij inderdaad onder al dat gewicht!

O, er is geen lijden geweest als dit lijden. Al het menselijke lijden werd verzameld in Zijn hart en alle straffen van menselijke schuld kwamen neer op Zijn lichaam en ziel. O, denk daarom nooit klein van de zonde! Lach nooit om wat Hem deed kreunen!

Ter overdenking

Gelovigen hebben nog steeds problemen met zonde, deze verhinderen hun vooruitgang in het Christelijke leven (Hebreeën 12:1). Maar onze worstelingen met zonde hier op aarde hebben hun grenzen (Hebreeën 12:4). De Heere Jezus Christus ging die grenzen over en werd door onze zonden vernietigd om iedereen die op Hem vertrouwt te redden van eeuwige vernietiging (Hebreeën 12:2–3; 1 Petrus 2:24).

Preek nr. 466, 24 augustus 1862

Beschikbaar gesteld door Day One


Ter overdenking

Gelovigen hebben nog steeds problemen met zonde, deze verhinderen hun vooruitgang in het Christelijke leven (Hebreeën 12:1). Maar onze worstelingen met zonde hier op aarde hebben hun grenzen (Hebreeën 12:4). De Heere Jezus Christus ging die grenzen over en werd door onze zonden vernietigd om iedereen die op Hem vertrouwt te redden van eeuwige vernietiging (Hebreeën 12:2–3; 1 Petrus 2:24).

Preek nr. 466, 24 augustus 1862

Beschikbaar gesteld door Day One