Wees niet als een paard, als een muildier*, dat geen verstand heeft. Zijn bek houdt men in toom met bit en toom; dan kan hij u niet te na komen. (Psalm 32:9)


Wees niet als een paard, als een muildier*, dat geen verstand heeft. Zijn bek houdt men in toom met bit en toom; dan kan hij u niet te na komen. (Psalm 32:9)


Stel je Gods volk voor als een boerderij met allemaal verschillende soorten dieren. God zorgt voor Zijn dieren, Hij toont hen waar ze moeten gaan en geeft hen een schuur voor hun bescherming.

Maar er is een dier op deze boerderij dat het God moeilijk maakt, namelijk de ezel. Hij is dom en koppig en welke eerst genoemd moet worden is moeilijk te zeggen.

De manier waarop God Zijn dieren het liefst in de schuur krijgt voor onderdak en om te eten is door hen een persoonlijke naam te leren en hen te roepen bij die naam. “Ik onderwijs u en leer u de weg die u moet gaan” (Psalm 32:8)

Maar de ezel zal niet reageren op dat soort aanwijzingen. Hij is zonder verstand. Dus gaat God met Zijn pick-up het veld in, doet het bit en hoofdstel in de mond van de ezel, haakt hem aan de pick-up en sleept hem al snuivend en met stijve benen helemaal naar de schuur.

Dat is niet de manier waarop God wil dat Zijn dieren tot Hem komen om een zegen.

Een dezer dagen zal het te laat zijn voor de ezel. Hij zal toegetakeld worden door hagel of getroffen worden door de bliksem en als hij dan naar de schuur komt rennen zal de schuurdeur gesloten worden.

Wees daarom niet als een ezel. In plaats daarvan moet iedere heilige tot [God] bidden terwijl Hij Zich nog laat vinden. (Psalm 32:6)

We zijn geen ezels als we onszelf vernederen, als we naar God gaan, als we onze zonden belijden en de aanwijzingen naar de schuur van God accepteren als kleine behoeftige kuikentjes.

*Een muildier is een kruising tussen een paardenmerrie en een ezelshengst.

Stel je Gods volk voor als een boerderij met allemaal verschillende soorten dieren. God zorgt voor Zijn dieren, Hij toont hen waar ze moeten gaan en geeft hen een schuur voor hun bescherming.

Maar er is een dier op deze boerderij dat het God moeilijk maakt, namelijk de ezel. Hij is dom en koppig en welke eerst genoemd moet worden is moeilijk te zeggen.

De manier waarop God Zijn dieren het liefst in de schuur krijgt voor onderdak en om te eten is door hen een persoonlijke naam te leren en hen te roepen bij die naam. “Ik onderwijs u en leer u de weg die u moet gaan” (Psalm 32:8)

Maar de ezel zal niet reageren op dat soort aanwijzingen. Hij is zonder verstand. Dus gaat God met Zijn pick-up het veld in, doet het bit en hoofdstel in de mond van de ezel, haakt hem aan de pick-up en sleept hem al snuivend en met stijve benen helemaal naar de schuur.

Dat is niet de manier waarop God wil dat Zijn dieren tot Hem komen om een zegen.

Een dezer dagen zal het te laat zijn voor de ezel. Hij zal toegetakeld worden door hagel of getroffen worden door de bliksem en als hij dan naar de schuur komt rennen zal de schuurdeur gesloten worden.

Wees daarom niet als een ezel. In plaats daarvan moet iedere heilige tot [God] bidden terwijl Hij Zich nog laat vinden. (Psalm 32:6)

We zijn geen ezels als we onszelf vernederen, als we naar God gaan, als we onze zonden belijden en de aanwijzingen naar de schuur van God accepteren als kleine behoeftige kuikentjes.

*Een muildier is een kruising tussen een paardenmerrie en een ezelshengst.

Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org


Beschikbaar gesteld door DesiringGod.org