Toen het avond geworden was, kwam er een rijke man van Arimathea, van wie de naam Jozef was en die ook zelf een discipel van Jezus was. Die ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus. Toen gaf Pilatus bevel dat het lichaam aan hem gegeven zou worden. En Jozef nam het lichaam in ontvangst, wikkelde het in zuiver fijn linnen, en legde het in zijn nieuwe graf, dat hij in de rots uitgehakt had; en nadat hij een grote steen voor de ingang van het graf gewenteld had, ging hij weg. En daar waren Maria Magdalena en de andere Maria, die tegenover het graf zaten.

De volgende dag, dat is de dag na de voorbereiding, kwamen de overpriesters en de Farizeeën bij Pilatus bijeen, en zeiden: Heer, wij herinneren ons dat deze verleider gezegd heeft toen Hij nog leefde: Na drie dagen zal Ik opgewekt worden. Geef dan bevel dat het graf tot de derde dag toe beveiligd wordt, opdat Zijn discipelen Hem ’s nachts misschien niet komen stelen en tegen het volk zeggen: Hij is opgewekt uit de doden. En dan zal de laatste dwaling erger zijn dan de eerste. Pilatus zei tegen hen: Hier hebt u een wacht; ga heen, beveilig het naar uw beste weten. Zij gingen erheen en beveiligden het graf met de wacht, nadat zij de steen verzegeld hadden. (Mattheüs 27:57-66)


Toen het avond geworden was, kwam er een rijke man van Arimathea, van wie de naam Jozef was en die ook zelf een discipel van Jezus was. Die ging naar Pilatus en vroeg om het lichaam van Jezus. Toen gaf Pilatus bevel dat het lichaam aan hem gegeven zou worden. En Jozef nam het lichaam in ontvangst, wikkelde het in zuiver fijn linnen, en legde het in zijn nieuwe graf, dat hij in de rots uitgehakt had; en nadat hij een grote steen voor de ingang van het graf gewenteld had, ging hij weg. En daar waren Maria Magdalena en de andere Maria, die tegenover het graf zaten.

De volgende dag, dat is de dag na de voorbereiding, kwamen de overpriesters en de Farizeeën bij Pilatus bijeen, en zeiden: Heer, wij herinneren ons dat deze verleider gezegd heeft toen Hij nog leefde: Na drie dagen zal Ik opgewekt worden. Geef dan bevel dat het graf tot de derde dag toe beveiligd wordt, opdat Zijn discipelen Hem ’s nachts misschien niet komen stelen en tegen het volk zeggen: Hij is opgewekt uit de doden. En dan zal de laatste dwaling erger zijn dan de eerste. Pilatus zei tegen hen: Hier hebt u een wacht; ga heen, beveilig het naar uw beste weten. Zij gingen erheen en beveiligden het graf met de wacht, nadat zij de steen verzegeld hadden. (Mattheüs 27:57-66)


De Bijbel geeft ons wat details over wat er gebeurde na de kruisiging van Christus. We weten dat er een rijke man van Arimathea naar Pilatus ging om te vragen om het lichaam nadat Jezus Zijn laatste adem uitgeblazen had op Goede Vrijdag. Het Evangelie van Johannes vertelt ons dat ook Nicodemus betrokken was bij de begrafenis. Deze vooraanstaande Joden legden Jezus voor de sabbat in het graf, zoals dat volgens de wet hoorde.

Wat we ook weten is dat de overpriesters en Farizeeën die zaterdag naar Pilatus gingen om hem aan de boodschap van Jezus, dat Hij opgewekt zou worden, te herinneren. Ze waren bang dat de discipelen zouden komen om het lichaam te stelen. En daarom zei Pilatus, “Hier hebt u een wacht; ga heen, beveilig het naar uw beste weten.”

Even tussendoor, ik denk dat dit vers het meest humoristische vers is in de hele Bijbel. Pilatus zegt, “Hier hebt u een wacht; ga heen, beveilig het naar uw beste weten.” Alsof we God er op de een of andere manier van kunnen weerhouden om te doen wat Hij wil doen.

Denk nu aan de discipelen van Jezus als je dit gedeelte leest. Ze moeten verward zijn geweest. Ze waren erbij geweest toen Jezus tegen de verlamde man zei dat zijn zonden vergeven waren. Ze waren erbij geweest toen Jezus een vrouw confronteerde met haar zonde en haar vertelde dat Hij de Christus was in Johannes 4. Ze waren erbij geweest toen Hij tegenover de Farizeeën verklaarde dat Hij bestaan had voordat Hij geboren was in Johannes 8. Hij had al deze dingen gedaan en al hun hoop was op Hem gevestigd, maar nu lag hun Messias in het graf. Hoe kon dat gebeuren?

Ik denk hier aan ons eigen leven. Hoe vaak worden we niet met omstandigheden geconfronteerd en denken we, “Ik snap het niet, ik begrijp het niet. Waarom gebeurt dit? Waarom gebeurt dit bij deze of die persoon in mijn leven?” Er zijn zo vaak moeilijkheden en beproevingen waar we mee geconfronteerd worden.

We begrijpen vaak niet waarom dit of dat in ons leven gebeurt. We vestigen onze hoop op bepaalde mensen of dingen en dan begint het allemaal in te storten. Maar hierin herinnert dit gedeelte ons dat er in deze wereld vol zonde en lijden altijd gebroken harten, onvervulde verwachtingen en vragen zijn. Wij weten waar dit verhaal naartoe gaat, wij weten dat Jezus opstaat uit de dood. Maar zij wisten dat op dat moment zeker niet.

Ik verwacht dat er zijn die dit lezen die het moeilijk hebben. Je weet niet wanneer deze beproeving ophoudt, en óf het op zal houden. Maar ik wil je eraan herinneren dat er een God is die jou liefheeft en Hij weet waar het allemaal naartoe gaat. Je kunt Hem vertrouwen, zelfs als alles om je heen er heel erg donker en somber uitziet. Je kunt op God en op Zijn liefde vertrouwen.

De Bijbel geeft ons wat details over wat er gebeurde na de kruisiging van Christus. We weten dat er een rijke man van Arimathea naar Pilatus ging om te vragen om het lichaam nadat Jezus Zijn laatste adem uitgeblazen had op Goede Vrijdag. Het Evangelie van Johannes vertelt ons dat ook Nicodemus betrokken was bij de begrafenis. Deze vooraanstaande Joden legden Jezus voor de sabbat in het graf, zoals dat volgens de wet hoorde.

Wat we ook weten is dat de overpriesters en Farizeeën die zaterdag naar Pilatus gingen om hem aan de boodschap van Jezus, dat Hij opgewekt zou worden, te herinneren. Ze waren bang dat de discipelen zouden komen om het lichaam te stelen. En daarom zei Pilatus, “Hier hebt u een wacht; ga heen, beveilig het naar uw beste weten.”

Even tussendoor, ik denk dat dit vers het meest humoristische vers is in de hele Bijbel. Pilatus zegt, “Hier hebt u een wacht; ga heen, beveilig het naar uw beste weten.” Alsof we God er op de een of andere manier van kunnen weerhouden om te doen wat Hij wil doen.

Denk nu aan de discipelen van Jezus als je dit gedeelte leest. Ze moeten verward zijn geweest. Ze waren erbij geweest toen Jezus tegen de verlamde man zei dat zijn zonden vergeven waren. Ze waren erbij geweest toen Jezus een vrouw confronteerde met haar zonde en haar vertelde dat Hij de Christus was in Johannes 4. Ze waren erbij geweest toen Hij tegenover de Farizeeën verklaarde dat Hij bestaan had voordat Hij geboren was in Johannes 8. Hij had al deze dingen gedaan en al hun hoop was op Hem gevestigd, maar nu lag hun Messias in het graf. Hoe kon dat gebeuren?

Ik denk hier aan ons eigen leven. Hoe vaak worden we niet met omstandigheden geconfronteerd en denken we, “Ik snap het niet, ik begrijp het niet. Waarom gebeurt dit? Waarom gebeurt dit bij deze of die persoon in mijn leven?” Er zijn zo vaak moeilijkheden en beproevingen waar we mee geconfronteerd worden.

We begrijpen vaak niet waarom dit of dat in ons leven gebeurt. We vestigen onze hoop op bepaalde mensen of dingen en dan begint het allemaal in te storten. Maar hierin herinnert dit gedeelte ons dat er in deze wereld vol zonde en lijden altijd gebroken harten, onvervulde verwachtingen en vragen zijn. Wij weten waar dit verhaal naartoe gaat, wij weten dat Jezus opstaat uit de dood. Maar zij wisten dat op dat moment zeker niet.

Ik verwacht dat er zijn die dit lezen die het moeilijk hebben. Je weet niet wanneer deze beproeving ophoudt, en óf het op zal houden. Maar ik wil je eraan herinneren dat er een God is die jou liefheeft en Hij weet waar het allemaal naartoe gaat. Je kunt Hem vertrouwen, zelfs als alles om je heen er heel erg donker en somber uitziet. Je kunt op God en op Zijn liefde vertrouwen.

Daarom bidden we, o God, zeker op dit moment. Ik weet dat er een familie is die de afgelopen week zoiets verschrikkelijks heeft meegemaakt. We kunnen het ons niet voorstellen en ik ben er zeker van dat ze zich afvragen, “Waarom, waarom? God, waarom gebeurt dit?” Ze zitten midden in de pijn en de wanhoop. En ik verwacht, o God, dat er mensen zijn die dit lezen en ook in een donkere periode zitten, ze gaan door moeilijkheden en diepe dalen, op verschillende manieren. In hun eigen leven, in hun gezinnen, op het werk, met hun gezondheid, in hun relaties. God, we begrijpen zo vaak niet waarom.

En toch weten we en geloven we, o God, dat we op U kunnen zien in deze tijden en kunnen weten dat U, zoals U beloofd hebt, alles mee zult laten werken voor het welzijn van hen die U liefhebben. U neemt de meest verschrikkelijke omstandigheden en U kunt ze ten goede keren.

Daar bidden we om, o God. Ik bid voor allerlei verschillende mensen die op dit moment zo beproefd worden. Help hen om Uw goedheid en Uw liefde te kennen middenin deze moeilijkheden. Help hen om op U te vertrouwen, zeker in tijden dat het moeilijk is om te geloven. Ik bid dat U hen helpt om op U te vertrouwen, ook als ze het licht niet zien, o God, midden in de duisternis. God, help hen. Laat hen weten dat U bij hen bent, dat ze niet alleen zijn en dat U hen zult leiden op een manier die uiteindelijk alles goed zal maken.

God, laat dat zo zijn. Ik bid het U! U heeft het zelf in Uw Woord beloofd. We bidden, wees trouw aan Uw beloften. En we bidden dat we, zoals de discipelen die deze zaterdag aan dat graf dachten, op een dag ook terug zullen zien en zullen beseffen dat U het al die tijd in de hand had. In Uw liefde werkt U voor ons welzijn op manieren die we op het moment zelf nooit kunnen begrijpen. Maar we zien op U.

Laat het zo zijn. We bidden dit in Jezus’ naam. Amen.

Overgenomen van Radical.net


Daarom bidden we, o God, zeker op dit moment. Ik weet dat er een familie is die de afgelopen week zoiets verschrikkelijks heeft meegemaakt. We kunnen het ons niet voorstellen en ik ben er zeker van dat ze zich afvragen, “Waarom, waarom? God, waarom gebeurt dit?” Ze zitten midden in de pijn en de wanhoop. En ik verwacht, o God, dat er mensen zijn die dit lezen en ook in een donkere periode zitten, ze gaan door moeilijkheden en diepe dalen, op verschillende manieren. In hun eigen leven, in hun gezinnen, op het werk, met hun gezondheid, in hun relaties. God, we begrijpen zo vaak niet waarom.

En toch weten we en geloven we, o God, dat we op U kunnen zien in deze tijden en kunnen weten dat U, zoals U beloofd hebt, alles mee zult laten werken voor het welzijn van hen die U liefhebben. U neemt de meest verschrikkelijke omstandigheden en U kunt ze ten goede keren.

Daar bidden we om, o God. Ik bid voor allerlei verschillende mensen die op dit moment zo beproefd worden. Help hen om Uw goedheid en Uw liefde te kennen middenin deze moeilijkheden. Help hen om op U te vertrouwen, zeker in tijden dat het moeilijk is om te geloven. Ik bid dat U hen helpt om op U te vertrouwen, ook als ze het licht niet zien, o God, midden in de duisternis. God, help hen. Laat hen weten dat U bij hen bent, dat ze niet alleen zijn en dat U hen zult leiden op een manier die uiteindelijk alles goed zal maken.

God, laat dat zo zijn. Ik bid het U! U heeft het zelf in Uw Woord beloofd. We bidden, wees trouw aan Uw beloften. En we bidden dat we, zoals de discipelen die deze zaterdag aan dat graf dachten, op een dag ook terug zullen zien en zullen beseffen dat U het al die tijd in de hand had. In Uw liefde werkt U voor ons welzijn op manieren die we op het moment zelf nooit kunnen begrijpen. Maar we zien op U.

Laat het zo zijn. We bidden dit in Jezus’ naam. Amen.

Overgenomen van Radical.net